Thieu Smeets is living and working in Amsterdam. As he was growing up in a family of artists, going to the art academy felt like a natural step. After studying at the Gerrit RietveldAcademie for a while he decided to start his own journey. But the fascination for the arts stayed endless and this way Thieu followed his path en grew into a visual artist.

 

Recycling objects and materials is what characterizes Thieu’stechnique. This way he looks at something existing and sees it for something different and new. He transforms it in to a new shape and gives it a deeper meaning. As a real Amsterdamer he watches how bikes characterize the street scene. Therefor, he gives found and abandoned bikes a second life. Inspired by, and using their existing forms, figures and mythological creatures arise as reincarnations.

 

Thieu is inspired by the relationship between humans and animals, the beastly side of human beings and the herewith closely related mythical scenes and shamanistic rituals. You see this clearly in his performance work, where his sculptures come alive. During this performances Thieu dances with the boundaries between the physical world and our transcendent consciousness. These are intimate rituals. A transformation from sculpture to artists and artist to sculpture.

 

Thieu Smeets woont en werkt in Amsterdam. Hij groeide op in een kunstenaarsfamilie en zo was de stap naar de kunstacademie snel gezet. Na enige tijd te hebben doorgebracht op de Gerrit Rietveld Academie liet hij het schoolse leven achter zich, maar de oneindige fascinatie voor de kunsten werd hierdoor niet geremd. En zo vervolgde hij zijn pad en groeide uit tot Beeldend kunstenaar.

 

Het hergebruiken van objecten en materialen is een kenmerkende werkwijze van Thieu. Zo kijkt hij elke keer opnieuw naar wat al is. En krijgt iets bestaands een nieuwe vorm en diepere betekenis.

 Als echte Amsterdammer ziet Thieu hoe de fiets ons straatbeeld tekent. En dus geeft hij ook gevonden en verlaten fietsen een nieuw leven. Geïnspireerd door, en gebruikmakend van hun bestaande vormen en losse voorwerpen, ontstaan er reïncarnaties van beelden, wezens, en fabeldieren.

 

Thieu laat zich inspireren door de relatie tussen mens en dier, het dierlijke in de mens en de hiermee nauw verbonden mythische taferelen en sjamanistische rituelen. Dit zie je ook duidelijk terug in zijn performances waarin zijn beelden tot leven komen. Tijdens deze performances speelt Thieu met de grenzen tussen de tastbare wereld en ons transcendente bewustzijn. Het zijn persoonlijke rituelen. Een transformatie van beeld naar maker en van maker naar beeld.

 

 

 

 

Kunstenaar Thieu Smeets brengt afgedankte barrels opnieuw tot leven.

 

Jaren geleden experimenteerde Thieu Smeets wat met oude fietszadels – hij zag er dierlijke gezichten in, en bouwde ze om tot maskers. Op een dag kwam een oom langs, die de maskers weliswaar mooi vond, maar er tegelijkertijd een beetje om moest lachen. “Je weet dat je nu Picasso aan het na-apen bent?”

 Nee, dat wist Thieu niet. Volkomen onbewust was hij precies hetzelfde pad ingeslagen als de Spaanse meester, maar dan ruim een halve eeuw later. Om er toch nog zijn eigen draai aan te geven, besloot hij om de maskers te voorzien van een lichaam – hij transformeerde ze tot driedimensionale, skeletachtige schepsels, die bijna volledig bestaan uit onderdelen van oude, verwaarloosde fietsen. Dankbaar materiaal, vertelt Thieu me in zijn atelier. “In fietsen zitten van zichzelf al veel herkenbare vormen die tot associatie kunnen leiden. Die voorvorken bijvoorbeeld, dat zijn uitstekende hoorns.”

 

Inmiddels heeft Thieu een bescheiden dierentuin aan oude barrels gemaakt – van een krokodil en een hert, tot een creatie die Thieu zelf omschrijft als een ‘skeletachtige demoon’. Nagenoeg alle onderdelen van de fiets worden benut – het kettingwiel komt bijvoorbeeld vaak terug als bekken, en de trappers worden als voeten gebruikt, of juist als oog.

 

Thieu’s drang om nieuw leven te scheppen komt niet helemaal uit de lucht vallen. Als we in zijn atelier aan tafel zitten, laat hij een boek zien over het sjamanisme – de geneesmethode waarbij spiritueel contact met de natuur centraal staat, met als geestelijk tussenpersoon de sjamaan. Hij leest eruit voor: “Het vel wordt de sjamanen van het lijf gestroopt, totdat alleen het skelet overblijft. Daarna worden ze weer in elkaar gezet en herboren; ze verkrijgen de macht geesten te bestrijden en hun slachtoffers te genezen.”

 Zijn de fietsfiguren voor hem een soort sjamanen? “Ik las het pas nadat ik een paar sculpturen had gemaakt, maar het viel allemaal wel op zijn plek,” zegt hij. “Misschien was het een soort inspiratiebron met terugwerkende kracht.”

 Zeker is in ieder geval dat de schepsels voor hem zelf af en toe tot leven komen – een keer kwam hij ‘s nachts thuis en schrok hij zich wild van een vreemde gedaante, waarvan hij zich pas luttele seconden later realiseerde dat het om een sculptuur ging die hij vergeten was te verplaatsen. “Ik probeer de sculpturen altijd een bepaalde beweging mee te geven, en dat was dit keer blijkbaar erg goed gelukt."

 

Het zal niet veel vaker zijn voorgekomen dat een zorgvuldige constructie van oud schroot op zoveel empathie kon rekenen.